De huidige maatschappij is een informatiemaatschappij. Om te leven in Nederland moet je behoorlijk met informatiestromen om kunnen gaan. Het is logisch dat dit punt ook in de kerndoelen naar voren komt. Het is ook logisch dat allerlei lesmethoden aandacht besteden aan informatie verwerven, selecteren en verwerken.
GIS (geografische informatiesystemen) zijn systemen waarmee allerlei verschijnselen in de werkelijkheid op kaart kunnen worden afgebeeld en met elkaar in samenhang kunnen worden bekeken en geanalyseerd. Heel simpel gezegd werkt het een beetje alsof je allemaal transparante kaarten over elkaar heenlegt, net als vroeger met overtrekpapier. In de professionele sfeer hebben GIS systemen de laatste 5-10 jaar een grote vlucht genomen. Inmiddels zijn er ook veel toepassingen voor een bredere doelgroep, voornamelijk op het internet. Vanuit mijn expertise als (voormalig) GIS-deskundige heb ik het gevoel dat er heel veel mogelijkheden zijn om GIS in het onderwijs in te zetten. Aardrijkskunde ligt voor de hand, maar natuuronderwijs, milieukunde, geschiedenis, rekenen en informatieverwerking ("begrijpend lezen") zijn ook heel goed mogelijk. Zelfs godsdienst heeft geografische componenten! Dat is als aanleiding voor invoering natuurlijk niet genoeg. Er zijn legio technologieën voorhanden die "wel in het onderwijs ingezet zouden kunnen worden". De motivatie om de mogelijkheden voor inzet van deze technologie te gaan onderzoeken is gebaseerd op twee pijlers:
Misschien wel het meest aansprekende stukje van de site wordt gevormd door een aantal uitgewerkte voorbeelden om de mogelijkheden met GIS in de klas te laten zien. Het gaat hierbij niet om een gedetailleerde beschrijving met alle technische details. Eigenlijk vormt dit hoofdstuk het begin- en eindpunt van dit werkstuk. Het moet nieuwsgierig maken en na lezing illustratie bieden bij de kansen en bedreigingen die ik zie.
Het onderdeel "GIS?" gaat
over het fenomeen GIS. In de praktijk komt dat vaak neer op het volgende: een GIS is een
computerprogramma, dat je in staat stelt geografische gegevens op een harde
schijf op te slaan, deze gegevens weer op te vragen, te analyseren op basis
van verschillende vraagstellingen, er vervolgens een kaart van te maken die
antwoord geeft op de gestelde vragen. In moderne GIS software kunnen ook gegevens
rechtstreeks van internet worden gebruikt, in plaats van alleen van de harde
schijf.
Het belangrijkste concept van GIS is het denken in lagen. De werkelijkheid /
realiteit wordt uit elkaar gehaald in lagen met punten, lijnen en vlakken. Welke
soort lagen je nodig hebt, hangt af van het doel. De lagen worden in de computer
gestopt en kunnen gecombineerd worden bekeken. Ook kunnen gegevens aan de objecten
worden gehangen.Er zijn verschillen met de traditionele atlas, en ook met de
BOS-atlas CD-Rom.Het eerste verschil is het kaartbeeld. Een atlas bestaat uit
een verzameling kaarten met ieder een eigen verhaal. Een GIS kent in principe
geen kant en klare kaarten. Er is een verzameling kaartlagen ter beschikking.
Daarmee kan de gebruiker zijn eigen kaart samenstellen en het gebied kiezen
waarover hij iets wil weten.Een tweede verschil wordt gevormd door de gegevens
die "achter" de kaart hangen. Bij een atlas zie je meteen alles. Bij een GIS-kaart
kun je meestal via klikken op de kaart meer informatie krijgen. Ook kan het
kaartbeeld worden gewijzigd op basis van de gegevens.
De mogelijke doelen die je met GIS binnen het primair onderwijs kunt nastreven worden besproken. Aan bod komen de huidige kerndoelen, de voorstellen van de commissie Wijnen en enkele aanvullingen. De meerwaarde van GIS in het basisonderwijs kan gevonden worden in:
In het stuk over eisen ga ik op zoek naar eisen die aan elektronische leermiddelen, (CD-Rom, educatieve website) kunnen worden gesteld. De uiteindelijke set beoordelingscriteria is ook bruikbaar bij het bepalen van de bruikbaarheid van een bepaalde GIS-toepassing in de klas. Vooral in de praktijk is mij gebleken dat het belangrijkste is te weten welke doelen worden nagestreefd en op welke wijze de leermiddelen kunnen worden ingezet. Als daarbij de techniek geen echte belemmering vormt en de leerlingen het uitdagend en/of leuk vinden is er volgens mij een grote kans dat het leermiddel succesvol kan worden ingezet.Bij het inzetten van GIS in het onderwijs gelden dezelfde criteria. De beoordeling kan echter alleen plaatsvinden voor een bepaalde toepassing en niet voor GIS als geheel.
Ik ben niet de enige die over GIS in de klas nadenkt. Bij
ervaringen ga ik in op GIS in het huidige onderwijs.
Ik constateer dat zulk onderwijs in Nederland plaatsvindt op plekken waar men
dat voor de opleiding van belang acht. Dit zijn vooral HBO en universitaire
instellingen. Op middelbare scholen verschijnen de eerste kiemen. En nu ook
op de basisschool.
In de VS en Canada is men al een
heel stuk verder dan in Nederland met GIS onderwijs aan (jongere) kinderen.
Met diverse projecten is aangetoond dat GIS technieken zich goed laten gebruiken
op school. De beperkende factor in de VS en Canada blijkt de docent te zijn.
Deze wordt, indien hij/zij dat wil, bijgeschoold. Een verschil tussen de opzet
van het schoolsysteem in Noord Amerika en bij ons is dat scholen moeten scoren.
Voor middelbare en hogere scholen lijkt GIS een meer normale positie als een
van de leermiddelen te gaan bekleden.Voorbeelden in Noord Amerika en mijn eigen
ervaringen hebben aangetoond dat kinderen van de bovenbouw in de basisschool
goed in staat zijn met GIS te werken. Er is geen beperking op het technische
vlak (het bedienen van de software) en ook begripsmatig (het snappen van de
informatie) zie ik geen belemmeringen.Ze zijn bovendien sterk gemotiveerd doordat
ze zelf op de computer iets kunnen "maken".Vanuit organisatorisch
perspectief bekeken kan GIS in Nederland nu nog alleen worden toegepast door
leerkrachten die zelf weten wat ze willen en zich niet door technische barrières
laten weerhouden.
In de klas biedt een doorkijkje naar een praktische invulling. GIS in
de klas kan gebruikt worden bij het voorbereiden van de lessen, het (interactief
illustreren daarvan en voor het "eigen onderzoek" door kinderen. Ik concludeer
dat de kansen in het primair onderwijs vooral in de eerste twee categorieën
liggen.In technische zin kun je kiezen voor een volledig GIS-pakket (veel geld,
veel mogelijkheden), viewers (zelf installeren, veelal gratis, simpel maar doeltreffend)
en webbased-GIS (internet gerelateerde oplossing, hoge initiële kosten,
geen installatie op school). In mijn visie verdient de internetoplossing de
voorkeur, zeker op de iets langere termijn. Het is de enige manier om de school
niet te belasten met installaties en cursussen over GIS gebruik.De mogelijke
barrières voor breed GIS gebruik op de basisschool zijn (te beperkte
kennis van) techniek, als men gebruik wil maken van brede GIS mogelijkheden,
en (gebrek aan) gegevens. Een opvallend voordeel voor de inwoners van de VS
is dat de regering ervoor heeft gezorgd dat van heel de VS geografische basisgegevens
gratis beschikbaar zijn, de TIGER-files. Hierdoor kan iedereen in ieder geval
enkele basisgegevens over de eigen buurt opvragen.Dit alles leidt mij tot de
conclusie dat GIS op de basisschool toekomst heeft. Maar dat wel onder strikte
voorwaarden. De doelstellingen moeten voor iedereen duidelijk zijn. Er wordt
gekozen voor de webbased variant. De internetaansluiting van de scholen is in
orde. Er is een landelijke coördinatie voor de te gebruiken gegevens. Na
mijn onderzoek bestaat mijn overtuiging dat GIS technieken iets kunnen toevoegen
in de hoogste klassen van het basisonderwijs nog steeds. Ik ben er nu zelfs
van overtuigd dat het gaat gebeuren. Er zijn allerlei signalen dat GIS zijn
weg naar de Noord-Amerikaanse scholen heeft gevonden. De Nederlandse samenleving
maakt ook steeds meer gebruik van dit soort technieken. Het wordt tijd om na
te denken over het gebruik in de basisschool. Volgens mij is alleen webbased-GIS
een reële optie. GIS zonder dat je het merkt. De andere opties liggen open
voor hobbyisten.
Naar boven