In de klas

Vormen van gebruik in het onderwijs
Technische mogelijkheden
Mogelijke problemen
Conclusie


Vormen van gebruik in het onderwijs

GISgebruik in het onderwijs kan een aantal min of meer te onderscheiden vormen aannemen, onafhankelijk van de techniek (de soorten van paragraaf 3.3).

Als eerste is er het eigen gebruik door de leerkracht. De leerkracht kan met behulp van GIS-technieken zijn lessen voorbereiden. Hierbij kun je denken aan het opzoeken van informatie, maar ook aan het vervaardigen van één of meerdere kaarten die specifiek voor het doel van de les worden samengesteld. Op dit moment zal dat lastig zijn omdat deze kaarten ook op papier moeten worden afgedrukt (groot) maar ik acht de kans groot dat er binnen niet al te lange tijd leslokalen met beamers ter beschikking zullen zijn. Dan kunnen de kaarten gewoon worden getoond en hoeft men ook geen rekening meer te houden met de prijs van papier en inkt.

De tweede vorm van gebruik is het illustreren van de lesstof op een interactieve manier, een moderne vervanger van de bekende wandplaten. Kaartmateriaal kan hierbij worden gebruikt om de lesstof goed over te brengen. Op dit moment wordt deze rol vervuld door attributen in de klas, plaatjes in het boek en praatjes van de leraar. De interactieve illustratie met behulp van GIS-technieken vormt een mogelijkheid om meer visuele ondersteuning te bieden. Deze manier van werken is uitermate geschikt om in te zetten tijdens zelfstandig werken.

De derde vorm is het eigen onderzoek door kinderen. Zij krijgen een project met bijbehorende projectinformatie en moeten hiermee een, in meerdere of mindere mate voorgestructureerd. onderzoekje uitvoeren. Binnen dit onderzoek moeten de kinderen manipuleren met elektronisch kaartmateriaal, selecteren en verwerken.

De laatste vorm van GIS-gebruik is het gebruik in enge zin, het "echte" GIS. Bij deze vorm hebben leerlingen de beschikking over krachtige GIS-software waarmee ze zelf kaartlagen kunnen aanmaken en analyses op de kaart kunnen uitvoeren. Kortom, waarmee het volle potentieel van dit soort pakketten zichtbaar wordt. Om deze manier van GIS-gebruik in te zetten zal een behoorlijke investering moeten worden gedaan in het aanleren van GIS-technieken. GIS wordt dan behalve middel ook doel.


Voor het primair onderwijs zie ik mogelijkheden voor de eerste twee vormen. De laatste vorm, het echt gebruik maken van de analysemogelijkheden die een GIS biedt, stelt volgens mij te veel eisen aan leerling en leerkracht. Het is bovendien ook niet de vorm waarmee de meeste kinderen te maken zullen krijgen.

In het diagram heb ik getracht grafisch weer te geven welke eisen de verschillende vormen van inzet stellen aan leerkracht en leerling.

diagram eisen  aan leerkracht / leerling

Waar de leerkracht materiaal vervaardigt, kan hij/zij het zo ingewikkeld maken als gewenst of nodig is. De interactieve illustratie kan technisch niet te moeilijk worden gemaakt. Deze moet door de leerling zelf kunnen worden verwerkt. Dit proces is het best te vergelijken met een computerspel. Het scenario staat klaar. Hoeveel zelfstandigheid van de leerling wordt gevraagd, hangt af van de vraagstelling / het leerdoel. De laatste categorie, het eigen onderzoek, vraagt het meeste van de zelfstandigheid van de leerling. Maar het is ook te verwachten dat de complexiteit van het project groter is dan bij een interactieve illustratie. Er moeten immers eigen gegevens worden aangemaakt en verwerkt. Het is geen vastgelegd pad dat moet worden afgelegd.


Naar boven

Technische mogelijkheden
De technische mogelijkheden om met GIS in de klas te werken kunnen ook in drie groepen worden verdeeld, zoals we zagen in paragraaf 3.3. Hier zal ik de consequenties hiervan voor het onderwijs behandelen.

De eerste groep is het "echte" GIS. Dit zijn software-pakketten met een prijs van honderden tot duizenden Euro’s per licentie. Er zijn wel onderwijslicenties verkrijgbaar waardoor de kosten mee kunnen vallen. Door de hoge prijs en de overvloed aan mogelijkheden zijn ze wat mij betreft niet echt bruikbaar in het primair onderwijs, ook al is het meestal wel mogelijk deze pakketten zo aan te passen dat er nog maar een simpel bedieningsscherm overblijft. De mogelijkheden zijn dan indien nodig toch beschikbaar

Met de (veelal gratis) viewers kunnen gegevens die door anderen zijn aangemaakt worden bekeken. Voor veel mogelijke toepassingen in de klas is dit genoeg. Zeker als je weet dat meestal wel de categorieën kunnen worden aangepast. Een kaart van Europa kleuren op basis van inkomen geeft een ander beeld dan hetzelfde kaarbeeld maar dan op basis van gemiddeld aantal mensen per vierkante kilometer. Zeker met de mogelijkheid om rechtstreeks vanaf internet gegevens te bekijken, bieden de viewers interessante mogelijkheden.

Webbased GIS software is niet iets wat je als school kunt aanschaffen.Een uitgever zou ervoor kunnen kiezen webbased GIS aan te bieden om zijn methodes te ondersteunen. Hij zorgt ervoor dat ergens een grote server-computer staat die met het internet is verbonden. Op deze computer staat een speciale website. Op deze website staan bijvoorbeeld opdrachten en interactief kaartmateriaal om de opdrachten mee uit te voeren.

De grootste voordelen van deze benadering zijn:

  • geen installatie op scholen;
  • nieuwe gebruikers kosten geen extra geld;
  • gegevens worden niet vrijgegeven, maar alleen op aanvraag voor een stukje geleverd (en dan nog alleen als plaatje: .gif .jpg of .png). Dit is belangrijk voor de gegevensleveranciers;
  • opdrachten en gegevens kunnen actueel gehouden worden;
  • zelfcorrigerende opdrachten zijn mogelijk.
  • Het grote nadeel is de prijs om zo’n systeem op te tuigen. Aanschaf van software, apparatuur en het maken van de website zijn grote kostenposten. Daarom is het nodig om zo'n systeem met veel "klanten" te gebruiken.

    Verder staat de techniek van het aanmaken van eigen kaarten via internet nog in de kinderschoenen en is daardoor nog sterk in ontwikkeling.

    In mijn visie kunnen de uitgevers met een goede GIS-viewer en een uitgebalanceerd pakket aan kaartmateriaal nuttige producten samenstellen. Er moet dan toch op de school worden geïnstalleerd. Computerminded leerkrachten kunnen hier wel mee uit de voeten, maar er zijn er daar nog niet zoveel van.

    Beter is het volgens mij om te investeren in een webbased aanpak. Hierbij kunnen de uitgevers de handen ineenslaan. Dezelfde "kaartenmachine" kan de websites van meerdere methodes voeden.
    Naar boven

    Mogelijke problemen
    Met de huidige stand van zaken zou het niet eerlijk zijn te beweren dat GIS voor iedere leerkracht zonder meer inzetbaar is. In de vorige paragraaf is daarover al het een en ander gezegd. De problemen zijn in twee groepen te verdelen: techniek en gegevens.

    De techniek kan een probleem vormen als men gebruik wil maken van de ruimere GIS mogelijkheden. Dan zal de leerkracht GIS kennis moeten hebben. Op de basisschool is dit niet haalbaar. Met de webbased oplossing zijn deze problemen verleden tijd maar duiken nieuwe op. De uitgevers zullen niet gratis een educatieve site willen aanbieden. De verrekeningsmogelijkheden via Kennisnet/internet zijn hiervoor echter nog niet op niveau, maar dat zal binnenkort (?) wel het geval zijn.

    Voor mij het grootste probleem is het dreigend gebrek aan gegevens. Op wereldniveau is er genoeg, Europees en landelijk zal het nog wel lukken, maar GIS is het leukst als je in kunt zoomen tot in je eigen huis. Die gegevens zouden van gemeenten Topografische Dienst, Kadaster en/of het GBKN-consortium moeten komen. Vooralsnog zijn deze partijen niet bereid om tegen een voor het onderwijs betaalbare prijs hun gegevens af te staan. Dit zou landelijk moeten worden geregeld.


    Naar boven

    Conclusie

    GIS in de klas kan gebruikt worden bij het voorbereiden van de lessen, het (interactief) illustreren daarvan en voor het "eigen onderzoek" door kinderen. Ik concludeer dat de kansen in het primair onderwijs vooral in de eerste twee categorieën liggen.

    In technische zin kun je kiezen voor een volledig GIS-pakket (veel geld, veel mogelijkheden), viewers (zelf installeren, veelal gratis, simpel maar doeltreffend) en webbased-GIS (internet gerelateerde oplossing, hoge initiële kosten, geen installatie op school).

    In mijn visie verdient de internetoplossing de voorkeur, zeker op de iets langere termijn. Het is de enige manier om de school niet te belasten met installaties en cursussen over GIS gebruik.

    De mogelijke barrières voor breed GIS gebruik op de basisschool zijn (te beperkte kennis van) techniek, als men gebruik wil maken van brede GIS mogelijkheden, en (gebrek aan) gegevens.

    Een opvallend voordeel voor de inwoners van de VS is dat de regering ervoor heeft gezorgd dat van heel de VS geografische basisgegevens gratis beschikbaar zijn, de TIGER-files. Hierdoor kan iedereen in ieder geval enkele basisgegevens over de eigen buurt opvragen.
    Naar boven