Doelen in het primair onderwijs
Als je weet wat een GIS is kun je ook gaan nadenken over de
doelen die je er mee kunt nastreven binnen het primair onderwijs.
Ik heb er voor gekozen om specifiek het primair onderwijs onder
de loep te nemen. Dat betekent niet dat ik er van uitga dat
kleuters met GIS aan de slag kunnen. GIS technieken zijn volgens
mij interessant en leuk in de bovenbouw. Maar het gaat natuurlijk
om de meerwaarde boven de huidige leermiddelen. Die komt met name
in de laatste paragraaf aan bod. Eerst onderzoek ik welke doelen überhaupt
kunnen worden ingezet.
Om te onderzoeken waar GIS technieken kunnen worden ingezet ligt
het voor de hand de kerndoelen te bestuderen, hierin staat
beschreven welk resultaat het primair onderwijs zou moeten hebben.
Een aantal doelen kan inderdaad met behulp van GIS worden
nagestreefd.
Maar er zijn ook doelen te behalen die op dit moment (nog) niet
in de kerndoelen zijn verwerkt. Dat heeft natuurlijk ook te maken
met de snelheid van de ontwikkelingen in de maatschappij in
relatie tot de traagheid van het proces van het bijstellen van de
kerndoelen. De kerndoelen worden steeds voor minstens 5 jaar
vastgesteld. De laatste keer dat dit is gebeurd was 1998.
In het begin van 2002 heeft de commissie Wijnen een rapport over
de herziening van de kerndoelen gepresenteerd dat zij in opdracht
van de staatssecretaris van onderwijs heeft geschreven. Dit
rapport biedt iets meer aanknopingspunten. Ook deze heb ik
vermeld.
En verder geef ik nog enkele doelen die niet expliciet in de
kerndoelen worden vermeld, maar die volgens mij wel erg nuttig
zijn en met GIS kunnen worden ondersteund. Hierbij komen ook
verschillen in aanpak tussen verschillende schooltypes ter sprake.
Nog een andere insteek komt naar voren in de paragraaf leren over of met GIS?
De kerndoelen
In deze paragraaf licht ik
de huidige kerndoelen door op de mate waarin ze behaald kunnen worden met
ondersteuning van GIS technieken. Ik doe dat door steeds aan te geven hoe ik dat
zie. Dan noem ik de letterlijke kerndoelen.
In de huidige kerndoelen is een flink aantal aanknopingspunten
aanwezig.
Als eerste ondersteunt het gebruik maken van GIS de
computervaardigheid van kinderen. Deze komt aan bod in de
kerndoelen over nieuwe media. Gebruik van GIS in de klas kan
zeker bijdragen aan het bereiken van deze doelen. Ze werken met
computers en wel op een andere manier dan ze gewend zijn. GIS
technieken zijn anders dan tekenen of Word.
NIEUWE MEDIA
6. De leerlingen maken verantwoord en doelbewust gebruik van communicatiemiddelen waaronder nieuwe media:
a) ze kunnen een tekst maken en bewerken met een tekstverwerkingsprogramma op de computer;
b) ze weten globaal welke mogelijkheden (digitale) informatiemedia hebben;
c) ze kunnen met behulp van een computer digitale leermiddelen gebruiken.
Op het niveau van vaardigheden in andere vakken die ondersteund
kunnen worden zitten vooral de vaardigheden op het gebied van
meten en meetkunde. GIS software heeft altijd de mogelijkheid
afstanden en oppervlaktes te meten. Ook kunnen GIS-systemen hun
gegevens in tabellen laten zien waarbij de samenhang tussen de
tabel en de getoonde kaart meerwaarde kan bieden op het gebied
van ruimtelijk redeneren. Ook het tonen van grafieken in een
kaart op basis van (zelf verzamelde) gegevens kan bijdragen tot
begrip van de relatie werkelijkheid tabel grafiek.
De kinderen zouden de "vieste straat" kunnen bepalen
door het aantal blikjes, papiertjes en hondendrollen per straat
te bepalen. Ook de lengte van de straat moet dan meetellen. In de
staafgrafiekjes die per straat worden afgebeeld kun je de
verhouding zien. Dan hebben de kinderen gegevens verzameld (tellen),
geordend (tabelletje met aantallen per straat), grafiek gelezen (het
eindresultaat) en geïnterpreteerd. Hoe is de lengte van de
straat verwerkt? Hier zou de oppervlaktemaat mee kunnen spelen.
Dat gaat zelfs nog wat verder dan de kerndoelen en is voer voor
bollebozen.
De kerndoelen van het domein meetkunde zijn onderwerpen waarmee
steeds wordt gewerkt als men een GIS gebruikt. In een GIS is
"schaal" een kernbegrip. Juist omdat deze niet
vaststaat, moet je altijd weten op welk niveau je kijkt. Normaal
gesproken gaat het over een schaalniveau van "de straat"
tot "de wereld". Maar de techniek is ook geschikt om
een klaslokaal te beschrijven. Waar staan de tafeltjes? Wie zit
waar? Hoe oud is die leerling? Wat is zijn/haar lievelingseten?
REKENEN / WISKUNDE
E) DOMEIN METEN
19 De leerlingen kennen de gangbare maten van lengte, oppervlakte, inhoud, tijd, snelheid, gewicht en temperatuur en kunnen deze in eenvoudige toepassingssituaties hanteren.
20 De leerlingen kunnen eenvoudige tabellen en grafieken lezen en deze in eenvoudige situaties op grond van eigen metingen zelf samenstellen.
F) DOMEIN MEETKUNDE
21 De leerlingen beschikken over eenvoudige noties en begrippen, waarmee zij ruimte meetkundig kunnen ordenen en beschrijven.
22 De leerlingen kunnen ruimtelijk redeneren. Zij bedienen zich daarbij van bouwsels, plattegronden, kaarten en foto's, en gegevens over plaats, richting, afstand en schaal.
Maar ook inhoudelijk kunnen GIS technieken gebruikt worden.
Inhoudelijke informatie opvragen, bewerken en onderzoeken zijn technieken die
in verschillende situaties kunnen worden toegepast. Het domein
oriëntatie op mens en wereld, waaronder ook aardrijkskunde valt,
ligt hierbij natuurlijk voor de hand. Maar ook geschiedenis en
biologie kunnen goed ondersteund worden met interactief
kaartmateriaal. GIS kan hierbij een leuk en effectief alternatief
zijn voor teksten.
ORIENTATIE OP MENS EN WERELD
AARDRIJKSKUNDE
Ze leren dat de ruimtelijke inrichting en spreiding op verschillende schaalniveaus (eigen omgeving, Nederland, Europa, de wereld) het resultaat is van een combinatie van menselijke activiteiten en natuurlijke processen. De menselijke activiteiten kunnen heel divers zijn, van economische, sociale, politieke en culturele aard.
Ze proberen zicht te krijgen op de ruimtelijke inrichting en spreiding met behulp van vragen die betrekking hebben op:
Voor de domeinen "geografisch perspectief" en "topografie
en kaartbeeld" kan werken met GIS voordelen bieden. Anders
dan bij "papieren kaarten" is er bij digitaal
kaartmateriaal de mogelijkheid om zelf ter plekke met schaal te
werken. Zo leer je niet alleen de schaal van de kaart te
beoordelen, maar ook welke schaal voor jouw doel het beste
geschikt is. Hoever moet je inzoomen om de weg van Den Haag naar
Nijmegen te bepalen? Hoever moet je inzoomen om te zien waar het
beste een speeltuintje in jouw wijk kan worden bijgemaakt? Kun je
nu op de weg naar Den Haag nog vinden?
Het register is niet meer nodig. Een GIS kan je brengen waar je
wilt zijn, als je maar weet hoe je de vraag moet stellen. Dit is
een vorm van veranderende eisen. De kerndoelen vragen om het
lezen van een index, GIS vraagt om het kunnen formuleren van de
vraag.
Bij veelvuldig gebruik van GIS kaarten zullen de leerlingen een
goed mentaal kaartbeeld opbouwen. Ze leren immers te navigeren in
het XY-vlak, maar ook in de Z. De Z van Zoomen (dichtbij-veraf).
Het navigeren gebeurt heel interactief en transparant vlak voor
je neus. Je blijft steeds hetzelfde plaatje bekijken. Dat is in
principe gemakkelijker dan met een papieren atlas waarbij je moet
bladeren en de pagina's eigenlijk niets met elkaar te maken
hebben. Maar je moet wel met de schaalverschillen leren werken.
Als je in een straat in Parijs bent en je wilt naar een bepaalde
straat in Amsterdam, moet je eerst een detailkaartje van Parijs
hebben, dan een overzichtskaart voor de route en dan een
detailkaartje van Amsterdam. Dit inzicht kun je heel gemakkelijk
verwerven met gebruikmaking van routeplanners.
Het leren van topografische gegevens kan interessanter gemaakt
worden door er zaken aan te koppelen. Achter elke hoofdstad is
een foto te vinden. Bij elke berg staat hoe hoog die is. Er is
een quiz te maken waarin gevraagd wordt welke stad de meeste
inwoners kent. Met een klikje op de stad kun je het aantal
opvragen. De hoofdsteden van Europa kun je ook best leren door
het tourschema van de popgroep U2 na te vlooien en met
routeplanners of sites van luchtvaartmaatschappijen te laten
berekenen hoe ver ze eigenlijk moeten vliegen.
Goede context kan het leren leuker maken omdat de toepasbaarheid
van de kennis en vaardigheden direct zichtbaar zijn.
In de toekomst zullen de papieren atlassen, waarop de kerndoelen
zijn gebaseerd, niet verdwijnen. Maar veel taken die er nu mee
worden uitgevoerd zullen in de nabije toekomst overgenomen worden
door meer gespecialiseerde digitale toepassingen. Ik vind dat de
kinderen daar ook op voorbereid moeten zijn.
A) DOMEIN GEOGRAFISCH PERSPECTIEF
2 De leerlingen kunnen (de ruimtelijke gevolgen van) verschijnselen aangeven op een kaart en het spreidingspatroon benoemen. Ze kunnen daarbij gebruik maken van de begrippen: schaal, legenda, coördinaten, register, windrichting en afstand.
C) DOMEIN TOPOGRAFIE EN KAARTBEELD
10 De leerlingen kunnen zich een voorstelling maken van de kaart van de eigen omgeving, Nederland, Europa en de wereld. Zo'n kaart bevat de volgende topografische elementen:
- de kaart van de eigen omgeving: belangrijke steden, dorpen, wateren en deelgebieden;
- de kaart van Nederland: provincies, belangrijke steden, wateren en deelgebieden;
- de kaart van Europa: de landen, belangrijke steden, wateren, gebergten en deelgebieden;
- de kaart van de wereld: de werelddelen, belangrijke landen, belangrijke steden, wateren, gebergte en deelgebieden. Onder belangrijke landen wordt ten minste verstaan: landen die in de wereld groot politiek gewicht hebben en landen van waaruit veel bewoners naar Nederland zijn gekomen.
De wijzigingsvoorstellen van de commissie Wijnen Leren over of met GIS Andere doelen De meerwaarde van GIS: Waarom GIS op de basisschool(2) Conclusie
In februari 2001 is de commissie Kerndoelen geïnstalleerd
met als opdracht een voorstel te ontwikkelen voor nieuwe kerndoelen. Het was de
bedoeling dat deze meer dan de huidige kerndoelen door zullen werken in de onderwijspraktijk.
Om dit te bereiken is geprobeerd concreter te formuleren.
Verder heeft de commissie geprobeerd de kerndoelen te beperken
tot die zaken die van wezenlijke betekenis zijn voor de kansen
van kinderen op het succesvol vervolgen van de onderwijsloopbaan
na het basisonderwijs. Door de kerndoelen te beperken krijgen de
scholen ruimte om eigen keuzes te maken, zodat ze leerlingen meer
maatwerk kunnen bieden. Volgens een schatting van de commissie
zal een doorsnee school ongeveer 70% van de onderwijstijd nodig
hebben voor het behalen van de kerndoelen.
(aanbiedingsbrief aan
de Tweede Kamer der Staten Generaal, rapport commissie Wijnen)
Ook de voorstellen van
de commissie Wijnen heb ik op mogelijkheden voor inzet van GIS technieken
beoordeeld. Nog meer dan in de huidige kerndoelen zie ik aanknopingspunten.
Het raadplegen van digitale informatiebronnen wordt expliciet
genoemd en ondergebracht bij het domein lezen en begrijpen.
Omgaan met digitale kaarten en de informatie die er aan vast
hangt hoort hier volgens mij zeker bij.
LEZEN EN BEGRIJPEN
12 De leerling leert zowel gedrukte als digitale informatiebronnen raadplegen en leert daarbij gericht zoeken met behulp van indexen of zoektermen.
Dat de commissie ook met die gedachte speelt is terug te zien in
de toelichting bij kerndoel 38. Kerndoel 38 luidt: de leerling
leert topografische kaarten gebruiken, van de eigen omgeving,
Nederland, Europa en de wereld. De commissie noemt expliciet dat
er andere vaardigheden nodig zijn voor het hanteren van "gedigitaliseerde
kaarten, bijvoorbeeld routeplanners" analoog aan wat ik in
de vorige paragraaf heb geschreven bij het domein geografisch
perspectief. Dit onderdeel van de voorgestelde vernieuwingen is
het meest duidelijk bij het noemen van de mogelijkheden van GIS.
Digitale kaarten worden met name genoemd. Ook een flink aantal
kaartvaardigheden dat kan worden geoefend wordt genoemd. Als
aanvulling wil ik nog noemen dat schaalafhankelijke GIS-projecten
heel goede kansen bieden voor het vertrouwd raken met de dichtbij-veraf
problematiek bij het opbouwen van een mentaal kaartbeeld. Ook dit
heb ik in de vorige paragraaf al toegelicht met het voorbeeld van
het reisje Parijs-Amsterdam.
Toelichting bij kerndoel 38: De leerling leert topografische kaarten gebruiken, van de eigen omgeving, Nederland, Europa en de wereld.
Hét hulpmiddel bij de oriëntatie op de omgeving is de kaart. Gebruik van dat hulpmiddel veronderstelt dat de gebruiker de legenda kan lezen, de schaal van de kaart kan bepalen (en zich daar een voorstelling van kan vormen), het noorden op de kaart kan aanwijzen en kan achterhalen voor wat voor gebruik de kaart bedoeld is.
Dat is de praktische kant. Daarnaast is er de ICT-kant. In toenemende mate komen gedigitaliseerde kaarten binnen handbereik, bijvoorbeeld routeplanners. Daarvoor zijn andere zoek- en raadpleeg-vaardigheden nodig.
Maar er is ook de mentale kaart, de kaart ‘in je hoofd’. Zonder dat er een kaart aanwezig is, heeft een leerling een beeld van Nederland, Europa, de wereld, de ligging van steden, de loop van rivieren, enzovoort. Die kaart is nodig om berichten te kunnen begrijpen, op tv, in de krant, of op het station (mededeling: ‘reizigers naar … wordt geadviseerd via … te reizen’).
Leerlingen bouwen zo’n kaartbeeld op gedurende de hele basisschool. Dat kan volgens de idee van de ‘expanding horizon’, dat wil zeggen, van dichtbij naar ver af. Maar daarbij mag niet uit het oog worden verloren, dat kinderen tegenwoordig al op zeer jonge leeftijd via televisie en vakantie in aanraking komen met allerlei plaatsen en gebieden in Europa en de wereld. Zulke ervaringen helpen om het kaartbeeld van die gebieden te ontwikkelen.
Indicatie
Kaart lezen omvat:
Kennis van de wereld is een onderdeel waarbij zeer verscheidene,
maar allemaal geografisch gebonden informatie wordt aangeboden.
Het gaat om kennis van de eigen omgeving, vergelijken van de
eigen situatie met die van diverse buitenlanden, politieke
actualiteit, topografische kaarten en de hantering hiervan. Bij
al deze onderwerpen is een GIS in te zetten. Van de recente
verkiezingen is bijvoorbeeld interactief kaartmateriaal terug te
vinden op http://www.nederlandkiest.nl.
De toelichting bij kerndoel 38 is hierboven al uitgebreid
besproken.
In het kader van historisch besef is geografische locatie vaak
een belangrijk gegeven. Hoe ziet het Romeinse Rijk er op het
hoogtepunt uit? Hoe ver moesten de Romeinse soldaten gaan? Welke
wegen zijn nu nog daarop gebaseerd? Hoeveel tijd zouden wij nu
kwijt zijn met dezelfde reis? Het antwoord op dit soort vragen is
fraai te ontdekken met behulp van GIS technieken. Maar ook het
groeien van een stad door de eeuwen heen met daarin
markeringspunten als de grote brand of "het
slechten van de stadswallen" kunnen prachtig worden geïllustreerd.
Dit alles natuurlijk in combinatie met recent kaartmateriaal.
HISTORISCH BESEF
43 De leerling leert een historische vraag beantwoorden over hoe mensen in het verleden in hun omgeving leefden door uit diverse bronnen passende informatie te halen met behulp van de historische oriëntatiekennis uit # 44.
44 De leerling leert de kenmerkende aspecten van verschillende tijdvakken herkennen in situatiebeschrijvingen, afbeeldingen of verhalen.
45 De leerling leert deze tijdvakken vergelijken met de tegenwoordige tijd en bepalen wat is veranderd en wat hetzelfde is gebleven.
Naar boven
De titel van deze paragraaf is als vraag geformuleerd. Dat
heb ik gedaan omdat de discussie die deze vraag oplevert nog geen definitief einde
heeft gekregen.
Oorspronkelijk, toen GIS in de VS het onderwijs in werd geduwd, werd dit gedaan
met programma's die over GIS gingen. Er was leuke nieuwe technologie en die
moest gebruikt worden. Deze aanpak kun je goed terugvinden in het GIS
for schools and libraries- pakket van de firma ESRI. Het is ook de makkelijkste
manier om er mee om te gaan. Je kunt een cursus GIS technieken snel in elkaar
zetten met het ESRI-materiaal en aan het eind kunnen de kinderen er mee werken.
Maar waar is dat eigenlijk voor nodig?
Langzamerhand gingen de "echte docenten" zich er mee
bemoeien. De focus verschoof van leren over GIS naar leren met
GIS. Het moet een middel zijn en geen doel op zich. Onder andere
het laatste boek van de ESRI press, Mapping our world is veel
meer op deze leest geschoeid. Meer over beide producten kunt u
lezen in het stuk over Noord Amerika
Leren met behulp van GIS vraagt volgens mij meer van de docent.
Ten eerste moet deze weten wat er met het middel gedaan kan
worden. Ten tweede moet hij/zij het onderwerp waarover het zal
gaan goed kennen. En ten derde moet de docent in staat zijn de
eerste twee te verbinden: hoe kan ik dit middel (GIS) inzetten
bij mijn onderwerp. Een opzet voor de middelbare school is terug
te vinden in Mapping our world. Voor de basisschool vind ik dat
uitgevers dit probleem moeten aanpakken, zie ook de paragraaf over mogelijke problemen.
Zelf denk ik dat het leren met GIS het doel moet zijn. Maar soms
zullen we er niet omheen kunnen dat er ook enige tijd moet worden
geïnvesteerd in het hanteren van het middel. Ook het werken met
de atlas komt in de leerdoelen voor. Het één zal dus niet
zonder het andere kunnen. Overigens ga ik er van uit dat de GIS-kennis
die bij kinderen nodig is voor de opdrachten die ik op de
basisschool zou willen zien, zeer minimaal is. Mijn
praktijkervaringen hebben mij bovendien geleerd
dat kinderen deze kennis zeer snel verwerven.
Volgens mij kan het zo gaan als bij het aanleren van Word. Het
doel kan eigenlijk niet zijn "De leerling kan werken met het
tekstverwerkingsprogramma Word" maar moet in mijn ogen
worden geformuleerd als "De leerling kan een brief schrijven
met gebruikmaking van het tekstverwerkingsprogramma Word".
Dit leidt tot ongeveer dezelfde conclusie als de vorige paragraaf:
Het aanleren van GIS als middel is een doel dat past binnen het
kaartlezen, computervaardigheden en informatieverwerving. Maar
het dient om andere dingen te kunnen doen.
Naar boven
De andere doelen die ik wil noemen liggen vooral op het gebied
van de onderzoeksvaardigheden. Het is heel goed mogelijk eigen onderzoeksprojecten
uit te voeren of mee te doen aan (vooral via internet) door anderen geïnitieerde
projecten.
In de Verenigde Staten en Canada is dit een veel voorkomende
manier van onderwijs. Vooral nadat ik het boekje GIS in schools
gelezen heb, denk ik dat de manier van financieren en beoordelen
van scholen hier veel mee te maken heeft. In de VS is het erg
belangrijk dat een school zich onderscheidt. Zo kun je ook in
aanmerking komen voor sponsoring en prijzen van bedrijven. Met
een bepaald soort projecten, zoals GIS projecten, kan dat heel
erg goed. Het is heel modern (ICT), iedereen kan deelnemen, het
kan heel concreet gemaakt worden en de resultaten spreken erg tot
de verbeelding (kleurige kaarten).
Ik heb het idee dat er in Nederland minder animo voor dit soort
zaken is. Waar in de VS gescoord wordt met positieve
uitschieters, moet men hier meer opletten dat er geen ongelukken
gebeuren en dat de kerndoelen zo ver mogelijk gehaald worden. Dat
is mijns inziens niet bevorderlijk voor het aantal en de omvang
van bijvoorbeeld onderzoeksprojecten op scholen.
Toch zijn er wel voorbeelden van projecten waar ook Nederlandse
scholen aan meedoen.
Ik kan hier bijvoorbeeld het GLOBE project noemen. Hierbij kunnen
kinderen van over de hele wereld zelf gegevens over het milieu
verzamelen, ze naar "internet" sturen en er dan mee
werken. Het leuke van dit programma is dat er over de hele wereld
aan wordt gewerkt en iedereen elkaars gegevens kan zien en
gebruiken. Ruim 130 Nederlandse scholen, waaronder enkele
basisscholen, doen op dit moment mee. Er is ook een eigen,
Nederlandse, Nederlandstalige Globe-site. Als je hier terecht komt vanaf
de internationale (Amerikaanse) site valt
meteen de relatief rustige opmaak op. Op de internationale site
kun je kaarten samenstellen op basis van gegevens van de hele
wereld. Dat lijkt me erg stimulerend. De manier om deze kaarten
te maken vind ik best lastig.
Ook is er in Nederland DIANe, De Internet Atlas Nederland
. In dit project krijgen deelnemende scholen een of meerdere
vierkante kilometers toebedeeld waarin ze een inventarisatie van
een aantal themas moeten maken. Op basis hiervan moeten de
leerlingen een kaart tekenen en deze opsturen naar de organisatie.
Die scant de kaarten en stelt van al deze vierkantjes een
digitale atlas van Nederland samen. Niet echt GIS, maar wel
kaarten, kaartvaardigheden en onderzoeken.
Naar boven
Waarom kiezen voor het gebruik van GIS technieken als je ook met
boeken, wandplaten en verhalen kunt leren waar vulkanen zich
bevinden?
GIS op zichzelf is niet bruikbaar. Het is een medium, net als
boeken en videofilms. Het kan een goede aanvulling zijn op de
huidige methodes en zelfs delen daarvan vervangen. Er is een
aantal mogelijke redenen om dit te doen
Als eerste zijn er mogelijkheden voor interactiviteit. Een
kaartje in een boek verandert niet. Ter illustratie van een
proces kun je een serie plaatjes afdrukken, maar er gebeurt niet
echt iets. Met GIS heb je de mogelijkheden om het plaatje zelf te
veranderen. Hoeveel land staat er onder water als het water 1
meter hoger komt? En bij 2 meter dan?
Toepassen van GIS technieken kan prima binnen moderne vormen van
zelfstandig werken. Het is bij uitstek geschikt om opdrachten in
kleine groepjes mee uit te voeren. Bovendien zijn opdrachten
zelfcorrigerend te maken.
Door de hoge mate van interactiviteit zijn er mogelijkheden voor
zelfontdekkend leren. Indien de juiste opdrachten worden gegeven
kunnen kinderen zelf verschijnselen ontdekken, en niet alleen
achteraf geïllustreerd zien.
Computervaardigheden worden nog te vaak in "zinloze"
computerlessen aangeleerd. Ik bedoel hiermee, dat ik op
stagescholen te vaak heb gezien dat kinderen een tekst in Word
moesten uitwerken zonder dat hier een idee achter zat. Er was
geen leerlijn tekstverwerking of iets dergelijks. En toch werd
dit "computerles" genoemd.
Met GIS opdrachten kunnen de kinderen leren op een zinvolle
manier met een computer te werken. Deze manier verschilt
bovendien fundamenteel van de manieren die zij kennen (spelletjes,
tekstverwerking, internet en e-mail).
Als laatste, maar zeker niet minste, argument wil ik de
afwisseling noemen. Afwisseling van werkvormen bevordert de
leerprestaties bijna per definitie. Het is niet altijd nodig dat
een doel niet op een andere manier kan worden bereikt. Het kan
ook de moeite waard zijn om een leukere weg te bieden.
Verder is er nog een heel praktisch voordeel: als het goed
geregeld is kunnen de gegevens actueel gehouden worden zonder dat
dat veel kost. Ik bedoel hiermee dat als men gebruik maakt van
een webbased, centraal systeem, de gegevens maar één keer en op
één computer hoeven te worden bijgewerkt om heel Nederland van
nieuwe gegevens te voorzien. De nieuwe grenzen van Joegoslavië
in een paar minuten op alle scholen. Zet dat maar eens af tegen
het aanschaffen van een nieuwe methode.
Alhoewel GIS in principe op alle scholen een plek zou kunnen
krijgen, zie ik extra kansen op enkele speciale types scholen:
(op basis van Alkema, 1995; 596-622).
Naar boven
Een flink aantal van de huidige kerndoelen en de voorgestelde wijzigingen van
de commissie Wijnen is met GIS te ondersteunen. Deze doelen liggen met name
op het gebied van de wereldoriëntatie.
Het aanleren van GIS als middel is een doel dat past binnen het kaartlezen,
computervaardigheden en informatieverwerving (begrijpend lezen;).
De (potentiële) meerwaarde van GIS kan gevonden worden in
Naar boven